Frans voor zilverreiger. Dit dier had rugsierveren, die verwerkt werden in dameskapsels of hoeden, maar ook in militair tenue.
stoffen met speciaal ingeweven kleine openingen, soms regelmatig en soms in figuren gerangschikt.
Kort jack met capuchon, veelal ritssluiting voor en een zoom met koord, het woord komt vermoedelijk uit de Eskimo taal.
De naam is afkomstig van de grote tentoonstelling in Parijs van 1925 met de volledige
naam : Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes.
De stijl is een combinatie van elementen uit de Afrikaanse, Oosterse, Azteekse kunst met
het kubisme en het Bauhaus.
Het woord is afgeleid van het franse "vanguard" en betekent voorhoede, dus hier voor je tijd uitlopen of ontstaan van nieuwe stijlen etc.
Meestal uit katoen vervaardigd. Op speciale weefgetouwen wordt het weefsel voorzien van lussen, waardoor het geschikt wordt voor het snel opnemen van vocht en ook goed isoleert. Synoniem is Frottéestof, terwijl badstofweefsel dat aan één kant geschoren is, frottée-velours wordt genoemd.
De naam is afkomstig van de eerste maker: de Fransman Baptiste. Een in linnenbinding geweven stof van fijne meest katoenen garens.
Een discipline in 1919 opgezet door de architect Walter Gropius in Weimar. De filosofie erachter was dat er geen onderscheid mag zijn tussen kunst en ambacht. Het Bauhaus gaat uit van elementaire vormen en kleuren , richt zich op het ontwerpen voor massaproduktie.
Een wijde lange mantel bij de Arabieren, van witte stof. Men bedoelt er ook wel een lange militaire jas mee.
Bodywear is ondergoed uit één stuk dat lijfje en korte panty combineert, ook wel "bodysuit".
Huiden van pelsdieren, gegeven de weerstand die dit steeds meer oproept worden ook kunstvezels gebruikt.
Bouclé-garens zijn garens met grote of kleine lussen erin, gebruikt voor mantelstoffen en breisels. Bouclé-tapijten hebben een lustvormige pool.
Katoenen stof met ingeweven kleine ruitjes door het gebruik van witte en gekleurde garens, ook als imitatie met gedrukte ruitjes.
Geborduurde weefsels of kantachtige stof voor blouses, ondergoed en bruidskleding.
Broderie Anglaise is een open, engels borduurwerk, waarbij de opengeknipte figuurtjes
zijn omgeborduurd. Meestal op wite katoen.
zie Jacquard
Nauwsluitende lange strapless(=zonder bandjes) BH tot aan de taille, populair gemaakt door Madonna.
Schoudermantel met kap of een kraag.Variant de capuchon.
Hoofdkap,die op een mantel is bevestigd
Een gordel, voor de sier maar ook voor funktionaliteit, die om het middel wordt gedragen, hetzij van leer , hetzij van stof en soms met sieraden op/van metaal.
Jasje van het mannenkostuum : genoemd naar de fransman Jean Baptiste Colbert die leefde van 1614 tot 1683.
Engelse naam voor ribfluweel met smalle ribbels. In overlangse ribbels geweven en dan doorgesneden inslagfluweel. Bij dicht op elkaar staande pool en poolvaste uitvoering een sterk materiaal geschikt als werkkleding. Meestal van katoen gemaakt en voor jassen, rokken, gordijnen en meubelstof gebruikt. De wat bredere ribbels worden Manchester genoemd.
Ontwerp en maatwerk van chique modekleding. De volledige term is haute couture en waar couture staat voor naaikunst, wordt dit dus de hogere naaikunst. De couturier is de mode-ontwerper, hij/zij die het naai- en maatwerk ontwerpt.
komt van het Franse Crêper wat staat voor 'kroezelen' , een verzamelbegrip voor allerlei soorten weefsels die door de binding, het gebruikte garen of de afwerking een kroezelig, onregelmatig uiterlijk vertonen.
Een licht weefsel, fijn geribd, oorspronkelijk uit zijde.
zeer licht transparant weefsel met matte glans en zanderig aanvoelend, meestal uit wol. De lichtste kwaliteit is genaamd :"chiffon".
zie Jacquard
Een laag uitgesneden hals in het kledingstuk.
Stevige meestentijds blauwe katoenen stof voor werkkleding, maar ook steeds meer voor hobby en vrijetijdskleding.ZIE Jeans
Jurk oorspronkelijk gedragen door vrouwen en meisjes in Tirol (deelstaat van Oostenrijk) , een soort boerendracht met wijde rok en met tailleband bijeengehouden.
Met die methode wordt kleding om het lichaam gewikkeld, eventueel in plooien.
Zwaar wollen weefsel, gevold en geruwd aan beide kanten, geschikt voor sportkleding, en zg.joppers/jacks.
Dicht geweven stof met een beetje weerschijn en een nauwelijks zichtbare ribbel.
Ingestikte vormgevende naad in een kledingstuk.
Katoenen weefsel, aan een of beide kanten geruwd in keper- of linnenbinding. Voor pyama's en lakens.
Wollen stof voor pantalons en herenkostuums, gemaakt van kamgaren, dat alleen wat gevold wordt, dalwel uit kaardgaren, dat gevold en geruwd wordt.
Zachte gebreide of geweven fluwelen stof met dichte pool.
Panné Fluweel is daarbij geplet, met de vleug plat in één richting
geperst, zodat een glanzend effect ontstaat.
Men kent zowel inslag- (bijv.ribfluweel) als kettingfluweel. Moquette is een
kettingfluweel met een korte pool van wol, voor meubel-, tafel- en bankbekleding, maar wordt
ook voor tapijten gebruikt.
Een dicht weefsel in keperbinding met een steil diagonaal verlopend lijnenpatroon, van dunne wollen kamgarens, maar ook van katoen en synthetische vezels gemaakt. Voor kostuums, jassen/mantels.
schuin toelopend of driehoekig segment van een rok.
Draad die gemaakt is door het uittrekken van een met goud beklede staaf zilver.
Sluiting voor in een (meestal) mannenbroek.
Blauwe verfstof , gewonnen uit de Indigoplant, afkomstig uit India. Men kende deze stof al in vroeger tijden.
Een dubbeltricot, met aan voor- en achterkant rechte steken.
De Franse Jean Marie Jacquard ( 1752 - 1834 ) heeft destijds een weefgetouw, een machine
uitgevonden waarmee patronen geweven konden worden. Sedertdien zijn stoffen met een
geweven of gebreid patroon bekend als Jacquard stoffen.
Als luxe weefsel met goud- of zilverdraden bekend als brokaat, met patronen in
dezelfde kleur ( voor tafellakens ) bekend als damast.
Pandjesjas voor mannen met schuin weggesneden panden aan de achterzijde. Vroeger een heel gebruikelijk kledingstuk, nu alleen voor speciale gelegenheden. Vergezeld doorgaans van een echt hoge hoed. Zeker iets voor Prinsjesdag....
Bandjes, meestal van elastiek, bevestigd aan een korset of jarretelgordel. Bedoeld om er dameskousen aan te bevestigen.
De naam "jeans" is afkomstig van het woord Genua , de Italiaanse stad waar
de zeelieden sterke broeken van denim-stof droegen. Genua is bekend van meerdere
zeelieden van naam en faam!
In de franse taal wordt Genua genoemd : "Gênes" en dat
wordt in Amerika verbasterd tot "jeans".
Goed, 'jeans' hebben we, nu nog "denim"! De eenvoud ligt op straat,
want afkomstig van : "de" het franse woord voor "van" en "NIM"
een verkorting van de stadsnaam "Nîmes" in Frankrijk.(Serge de Nîmes ) De-Nim.
En Levi's wordt een bekende merknaam.
Lichtglanzende, matte meest gebreiden gladde stof, die meestal schuin gesneden wordt om de nauwsluitende effecten van de stof het meest effect te geven.
Overall uit één stuk , van oorsprong een militair kledingstuk. Meestal een voorsluiting en lange of korte mouwen.
» keuken trends » - » kinder trends » - » kleding trends »
» horloge trends »
Deze pagina toevoegen aan uw favorieten ? Toets : ctrl-D
©WFS Hondsrug Studio's webdesign 2002-2008
top pagina