
over huis & haard
Onder kinderopvang verstaat de Wet kinderopvang het 'bedrijfsmatig' opvangen ( en het mede opvoeden ) van kinderen. De volgende vormen van kinderopvang vallen onder deze wetgeving.
Dit is opvang in een crèche of kinderdagverblijf waar kinderen van 0 tot 4 jaar gedurende een of meer dagdelen per week het hele jaar door kunnen worden opgevangen.
Buitenschoolse opvang is opvang van kinderen van 4 tot ongeveer 12 vóór en na schooltijd en in de vakanties, tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.
Gastouderopvang is opvang van kinderen in de woning van de gastouder of de vraagouder. De gastouder mag maximaal vier kinderen (exclusief eigen kinderen) onder de hoede nemen. Onder de Wet kinderopvang vallen alleen gastouders die zijn aangemeld bij een geregistreerd gastouderbureau.
Sinds april 2005 is een nieuwe vorm van gastouderopvang mogelijk: innovatieve gastouderopvang. Deze vorm is gebaseerd op het experimenteerartikel in de Wet kinderopvang. De betekenis hiervan is:
de gastouder mag 6 'niet eigen' kinderen opvangen.
Ook mag gastouderopvang op het woonadres (erf) van de gastouder of de vraagouder
plaatsvinden.
Ook ouderparticipatiecrèches, waarin een groep ouders beurtelings hun eigen kinderen opvangt, vallen onder de Wet kinderopvang. Ze zijn vrijgesteld van de verplichting een oudercommissie te hebben. Alle overige kwaliteitseisen gelden wel.
De Wet kinderopvang gaat nadrukkelijk niet over vrienden-/familiediensten of een incidentele oppas (de zogenaamde informele kinderopvang). Peuterspeelzalen en ook het 'overblijven' van schoolgaande kinderen vallen niet onder de wet.
De reikwijdte van de Wet kinderopvang is opvang voor kinderen tot het einde van
het basisonderwijs. Opvang voor oudere kinderen (Tieneropvang) valt er niet onder.
In de wet is vastgelegd aan welke kwaliteitseisen de kinderopvang moet voldoen. De wet verplicht het kindercentrum of gastouderbureau te zorgen voor verantwoorde kinderopvang. Dat is opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Daarom moeten kinderopvang-ondernemers zorg dragen voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Het kindercentrum moet aantoonbaar aandacht besteden aan:
De voertaal in het kindercentrum moet in principe Nederlands zijn.
De organisaties van werkgevers in de kinderopvang en de belangenorganisatie voor ouders die gebruik maken van kinderopvang hebben samen de kwaliteitseisen nader ingevuld. Ook zijn kinderopvang-organisaties verplicht de ouder te informeren over het beleid dat wordt gevoerd. Verder moet een kinderopvangondernemer:
De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit van de opvang in geregistreerde kindercentra en - via gastouderbureaus - door gastouders. De GGD voert daarom regelmatig inspecties uit. Het Rijk houdt landelijk toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen.
Of alle gemeentes daartoe voldoende kennis en tyd beschikbaar hebben, is de vraag.
Elk kindercentrum of gastouderbureau is verplicht een oudercommissie in te stellen. De oudercommissie adviseert over tal van zaken:
De ondernemer mag alleen van het advies van de oudercommissie afwijken als hij of zij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.
De Wet kinderopvang verplicht kindercentra en gastouderbureaus zich te laten registreren door de gemeente. Als een kindercentrum of gastouderbureau start zonder zich eerst bij de gemeente te laten registreren, dan kan de gemeente een boete opleggen.
Voor de ouder is het van belang dat het kindercentrum of gastouderbureau geregistreerd is. Alleen bij gebruik maken van geregistreerde kinderopvang is er recht op een toeslag van het Rijk op grond van de Wet kinderopvang. Men kan een kopie van de registratie opvragen bij de kinderopvangorganisatie.
Staat ook in de Wet kinderopvang.
De ouder sluit een overeenkomst met het kindercentrum of gastouderbureau en betaalt de rekening die hij/zij ontvangt. Via overheids- en werkgeversbijdragen kunnen zij vervolgens een deel van de kosten weer terug krijgen.
Met de bijdragen van overheid en werkgever is de ouder in staat om de resterende kosten van kinderopvang zelf te betalen. De overheid stelt vast welk deel van de kosten de ouder zelf moet betalen. Daarbij wordt gelet op de financiële draagkracht.
Gezinnen met een inkomen tot anderhalf keer modaal ( € 45.000 2006) worden structureel gedeeltelijk gecompenseerd als er geen werkgeversbijdrage is of als deze ontoereikend is. Voor gezinnen met een hoger jaarinkomen zal de compensatieregeling in 2007 en 2008 worden afgebouwd.
In het Sociaal Akkoord 2004 hebben het kabinet en de sociale partners afgesproken
dat ouders hun spaarloon-tegoed mogen aanspreken om de eigen bijdrage aan de kinderopvang te betalen.
Dit zou wellicht een argument kunnen zijn om niet te kiezen voor de levensloopregeling, tenzij ke gaat voor verlof. Een rekensommetje maken kan geen kwaad.
De overheidsbijdrage geldt voor ouders die werk of toeleiding tot werk combineren met de zorg voor kinderen. De toeslag van het Rijk is niet voor iedereen hetzelfde. De bijdrage is onder meer afhankelijk van het inkomen. De hoogte van de bijdrage die de ouder zelf betaalt is afhankelijk van:
Het Rijk draagt bij tot een bepaalde uurprijs. Is de uurprijs hoger, dan moet u
het verschil zelf bijbetalen. Maximum uurtarieven in 2006:
Bij dagopvang en gastouderopvang van kinderen van 0-4 jaar: € 5,72
Bij buitenschoolse opvang en gastouderopvang van kinderen van 4-12 jaar: € 6,03
Bij elk tweede of volgende kind krijgen de ouders een hogere toeslag.
Voor eenouder-gezinnen vergoedt de overheid het werkgeversdeel van de ontbrekende
partner.
De wet veronderstelt dat de werkgevers van beide ouders elk een zesde deel van de kinderopvangkosten vergoeden. Dat is dus samen eenderde deel van de totale kosten voor kinderopvang. Ontvangt één of beide ouders geen bijdrage van de werkgever of minder dan een zesde, dan "mag" de betalende werkgever maximaal tot een derde belastingvrij vergoeden. De Wet kinderopvang verplicht werkgevers niet tot een bijdrage. Werkgevers en ouders moeten de werkgeversbijdrage onderling regelen. Vaak is daarover iets opgenomen in een CAO.
Als een werkgever minder dan een derde deel van de opvangkosten bijdraagt, kunnen ouders een gedeeltelijke (inkomensafhankelijke) compensatie krijgen van de rijksoverheid.
Gezinnen met een inkomen tot anderhalf keer modaal ( € 45.000 ) worden structureel gedeeltelijk gecompenseerd als er geen werkgeversbijdrage is of als deze ontoereikend is. Voor gezinnen met een hoger jaarinkomen zal de compensatieregeling in 2007 en 2008 worden afgebouwd. Deze regelingen gelden ook voor zelfstandigen.
Wanneer de totale werkgeversbijdrage minder is dan één derde van de opvangkosten compenseert het Rijk een deel van de ontbrekende bijdrage. De hoogte van deze extra toeslag hangt af van het belastbaar gezinsinkomen. In 2005 en 2006 doet het Rijk dat voor (vrijwel) alle inkomens. In 2007 en 2008 wordt de regeling in een paar stappen teruggebracht naar een regeling die vanaf 2009 alleen geldt voor gezinnen met een jaarinkomen tot circa € 45.000.
Deze extra toeslag komt boven op de toeslag die de ouder al via de Belastingdienst krijgt. Dit geldt ook voor zelfstandig ondernemers. Aan de hand van de gegevens, berekent de Belastingdienst de extra tegemoetkoming.
De uurprijzen worden met ingang van 1 januari 2006 jaarlijks herzien met de loonprijsbijstelling.
De (extra) toeslag van het Rijk wordt uitgedrukt in een percentage van de kosten van kinderopvang. Bepaalde groepen ouders kunnen een aanvulling ontvangen op de extra toeslag in de kosten van kinderopvang. Voorwaarde is dat hun kinderen in december 2004 gebruik maakten van een kinderopvangplaats op grond van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang voor alleenstaande ouders in de bijstand of van een gemeentelijke subsidieplaats. Ook moet er in dat geval sprake zijn van een ontoereikende werkgeversbijdrage. De aanvulling wordt stapsgewijs afgebouwd. Het Rijk compenseert in 2005 90%, in 2006 60%, in 2007 30%, en in 2008 10% van het tekort.
Als alleenstaande ouder mist men de werkgeversbijdrage voor kinderopvang via een echtgenoot of huisgenoot. Om dit te compenseren krijgt de alleenstaande ouder een aanvullende toeslag van het Rijk. Deze toeslag alleenstaande ouder is maximaal een zesde deel van de totale opvangkosten rekening houdend met de maximumuurprijs. De toeslag alleenstaande ouder wordt lager naarmate de werkgeversbijdrage hoger is dan een zesde van uw opvangkosten.
Indien men op 1 januari werkloos is, kan men in principe geen aanspraak maken
op een toeslag van het Rijk. Wordt echter in hetzelfde kalenderjaar en baan
gevonden en men gaat werken, dan komt menu voor het hele kalenderjaar in aanmerking
voor een toeslag in de kosten van kinderopvang(!). Dit geldt ook voor de aanvullende
toeslag bij een onvolledige werkgeversbijdrage.
Let op: men komt wel in aanmerking voor een toeslag voor de kosten van de
kinderopvang wanneer sprake is van een uitkering èn in een reïntegratietraject
zit. Men ontvangt dan voor het hele kalenderjaar een toeslag van het Rijk. Daarnaast
bekostigt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het
ontbrekende werkgeversdeel. Dit geldt alleen voor de periode dat het
reïntegratietraject loopt.
Kinderopvang kan in meer gevallen dan voor de combinatie van arbeid en zorg
noodzakelijk zijn. Daarom kunt u als ouder zonder werkgever ook recht hebben op
financiering van de kinderopvang.
De speciale doelgroepen die de Wet kinderopvang noemt, zijn:
Omdat het werkgeversdeel bij deze speciale groepen ontbreekt, bekostigt de gemeente of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) dit deel van de kosten.
Voor de doelgroep sociaal-medisch geïndiceerden is de financiering voor kinderopvang in 2005 de verantwoordelijkheid van de gemeenten.
Wanneer u werkt en uw partner was op 1 januari werkloos, kunt u in principe
geen aanspraak maken op een toeslag van het Rijk, en evenmin aanspraak maken
op een toeslag voor de ontbrekende werkgeversbijdrage.
Let op:
Uw partner komt wel in aanmerking voor een toeslag voor de kosten van kinderopvang
als hij of zij een uitkering ontvangt en in een reïntegratietraject zit. U ontvangt
voor het hele kalenderjaar een toeslag van het Rijk. Daarnaast bekostigt het
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het ontbrekende werkgeversdeel.
Dit geldt alleen voor de periode dat uw partner aan het reïntegratietraject meedoet.
Wanneer u werkt en uw partner wordt werkloos , maar vindt in hetzelfde kalenderjaar een
baan, komt u voor het hele kalenderjaar in aanmerking voor een toeslag in de kosten van
kinderopvang.
Voor de periode waarin uw partner geen baan had, komt u ook in aanmerking voor
een extra toeslag in verband met een onvolledige werkgeversbijdrage.
lastminutes Bulgarije vakantie
» keuken trends » - » kinder trends » - » kleding trends »
» horloge trends »
Deze pagina toevoegen aan uw favorieten ? Toets : ctrl-D
©WFS Hondsrug Studio's webdesign 2002-2006
![]()
top pagina